Memorabele laan
Deze keer geen hosannaverhaal over ’dé laan der lanen’, want daar (in De Kleibosch) komen we een week later. Nee, de loftuitingen hebben betrekking op de Vosbergerlaan in Eelde waar we deze 2de oktoberdag met een groot gezelschap (19) naar paddenstoelen op zoek gingen. Met zoveel mensen weet je dat maar weinig onopgemerkt blijft. Zelfs een Eikentakstromakelkje (Rutstroemia firma) van nauwelijks 3 mm werd bij mij gemeld en dan weet je dat er goed wordt gekeken.
Het gedeelte van de Vosbergerlaan dat wij verkenden heeft een onverharde (zand)weg en een fietspad die van elkaar worden gescheiden door een berm met bomen (vooral eiken) met aan weerszijden van de laan een smalle berm met greppeltje in de overgang naar een houtwal. Dat fietspad was eens een goed onderhouden schelpenpad en daarvan weet je dat je in zo’n door kalk beïnvloed milieu een specifieke mycoflora kunt aantreffen. Dat bleek vandaag en specifiek ging het om Lepiota’s en aanverwanten. Zo’n ’aanverwant’ maakte bij menigeen veel indruk en benoemd tot ’zwam van de dag’. Het betrof het Verkleurzwammetje (Melanophyllum haematospermum} met zijn mooi ’gefranjerde’ hoedrand. En dan nog die verrassende fraai gekleurde plaatjes onder zijn hoedje!
Zeer algemeen daar, en ook echt beeldschoon, is de Kleine poederparasol (Cystolepiota seminuda). Dat zegt al iets over het milieu, hoewel het een algemeen voorkomende soort in Nederland is, maar nooit in zulke grote aantallen als hier. Met soorten echter als de Fijnschubbige parasolzwam (Lepiota echinacea) en de Oranjebruine parasolzwam (L. boudieri) waan je je echt in een andere wereld. Daar kwam nog de Grijsgroene parasolzwam (L. griseovirens bij en met de ontdekking van de Kegelpoederparasol (Cystolepiota pulverulenta) waande je eerder in Zuid-Limburg dan op het Drentse pleistoceen. Dat maakte dan ook dat dit een memorabele laan werd genoemd.
Sowieso was er veel te beleven en het scheelde dat er wat ’voorwerk’ was verricht. Of daarbij ook de ontdekking van de Blozende schijnridderzwam (Lepista martiorum) hoorde weet ik niet, maar die werd onderweg zomaar gemeld. Het is een zeldzame verschijning die we in 2020 eerder vonden op het Noordsche Veld bij Donderen en net als hier bij Zomereik, terwijl hij vooral in verband wordt gebracht met naaldbomen. Deze vondst werd nog gecontroleerd door Roeland Enzlin (en in orde bevonden) die er maar wat wijs mee was. Zonder meer verrukt was men toen het fotogenieke Sparrenveertje (Pterula multifada) werd ontdekt. Men verdrong elkaar bijkans om er snel even een plaatje van te maken, maar dit hapsnapbeleid leidde ertoe dat nadien nogal wat foto’s werden aangeleverd die als ”niet scherp” werden aangemerkt en daardoor ongeschikt waren voor plaatsing bij dit verslag. Wat dat betreft hanteert onze webmaster (op mijn verzoek) een vrij stringent beleid.
Naast al die Lepiota’s en aanverwanten waren er ook nog de nodige vezelkoppen en dat daarbij de Amandelvezelkop (Inocybe hirtella) bij was kon je hier verwachten. Die ruik je, hoewel het geurvermogen van enkelen duidelijk te wensen overliet. Ook werd de Gevlekte vezelkop (I. maculata) meerdere keren gezien, waarvan enkele exemplaren proportionele afmetingen hadden. In dit rijtje hoort verder de Lilagrijze vezelkop (I. griseolilacina) thuis, maar er was nog zoveel meer. Daarbij ook een paar myxomyceten waarvoor extra aandacht was, maar daar was het nog niet echt de tijd voor. Die houden van echt vochtige omstandigheden, later in de herfst. Eén van de vertegenwoordigers was het Zandkleurig lantaarntje (Cribaria argillacea).
De terugweg verliep door het bos, maar eerst werd een open terrein (een parkachtig deel met bomen) verkend. Men wist dat daar de inktviszwam (Clathrus archeri) voorkomt. Die vonden we ook genoeg, maar helaas was dat nog in het ei-stadium. De verwachting was dat ze een paar dagen later hun ware gestalte zouden laten zien, maar vier dagen later hadden onverlaten ze daar allemaal weggeroofd. Zulks tot grote frustratie van enkelen die er toen een foto van wilden maken. Iets verderop bleek een dode beuk gastheer te zijn van een Appelboomkaaszwam (Aurantiporus fissilis) die daar niet werd verwacht. Nadien kwam er nog een trits aan soorten overheen. Genoeg om te overwegen de excursie naar het wasplatenparadijs Junner Koeland op 30 oktober te schrappen en hier in Vosbergen nog eens rond te kijken. Er valt hier namelijk veel meer te zien waar we ons mee kunnen vermaken.
Cees Koelewijn, coördinator
Zandkleurig lantaarntje, Foto: Jannie Kramer
Kegelpoederparasol, foto: Cees Koelewijn
Langsteelfrankjehoed, foto: Cees Koelewijn
Eikhaas, foto: Tineke Schwab
Zwavelmelkbekerzwam, foto: Geertje Geertsma
Gele knotszwam, foto: Hans Post
Pluishoedhertenzwam, foto: Hans Post
Zadelkluifzwam, foto: Tineke Schwab
Dwergwieltje, foto: Tineke Scwab
Bepoederde rupsendoder, foto: Geertje Geertsma
Biefstukzwam, foto: Tineke Schwab
Witsteelfranjehoed, foto: Tineke Schwab