NMV-Meetnetexcursie, 10 oktober
Aan deze excursies wordt in de regel door slechts weinigen deelgenomen en na twee afmeldingen waren er deze keer vier cursisten over. Een select gezelschap dus waardoor eenieder alle aandacht kreeg. Het scheelde dat er bij sommigen al heel wat parate kennis was dat met anderen werd gedeeld. Vooraf was het gebied niet verkend, want we laten ons graag verrassen. Het was een officiële inventarisatie waarbij de gangbare route werd gevolgd over de Oude Norgerweg (vooral met eiken) en de Hospitaallaan (met beuken). Bij de eiken groeide niet veel, maar de oogst bij de beuken was overdadig.
Het gebied tussen Een en Veenhuizen kent twee aaneengesloten km-hokken waarin de beide parallel aan elkaar lopende onverharde wegen deel van uitmaken. Ze worden geïnventariseerd i.h.k.v het meetnet-gebeuren en haaks daarop loopt een pad van 350 m dat ze verbindt. In het begin daarvan ligt een bosvak met beuken waar ooit meer dan 30 exx van de Kleverige knolamaniet (Amanita virosa) werden gevonden; reden om er een meetpunt van te maken. De laatste jaren verschijnen ze nog maar sporadisch, maar nu werden ze niet gespot. De nattigheid had echter wel gezorgd voor een explosie van paddenstoelen, vooral van de Stevige braakrussula (Russula mairei). Ook de Roodschubbige gordijnzwam (Cortinarius bolaris) kwamen we op meerdere plekken tegen en dat gold ook voor de Olijfkleurige gordijnzwam (C. infractus). Er ontstond nog enige discussie over zijn dubbelganger: de Olijfkleurige sparrengordijnzwam (C. subtortus) die -zijn naam zegt het- bij sparren groeit.
Vlak voor de Hospitaallaan bezochten we een ander perceel, met vooral sparren, omdat daar nog een gordijnzwam werd verwacht: de Kamfergordijnzwam (C. camphoratus). Deze fraaie verschijning stond er inderdaad op verschillende plekken van jong tot oud lelijk te meuren. Vaak vinden we daar ook de Pagemantel (C. semisanguineus), maar die ontbrak deze keer. Waar we wel tegenaan liepen was de talrijk aanwezige Gele stekelzwam (Hydnum repandum). Die hadden we al iets eerder aan het tussenpad gevonden, alwaar hij werd vergezeld door een enkele Rossige stekelzwam (H. rufescens). Deze zeldzame soort komt vrij veel voor in het Mensingebos, maar hier hadden we hem bij mijn weten nog niet eerder tijdens een meetnetexcursie gespot, hoewel hij hier bekend is.
De Hospitaallaan bood een spetterende aanblik; wat een paddenstoelen! Mooi dat je het aantal exx van een soort niet meer hoeft te tellen, want dan kwam je zeker tot duizelingwekkende aantallen. We houden het tegenwoordig bij het aantal groeiplekken, maar wanneer je elke boom waarbij meetnetsoorten groeien als een groeiplek aanmerkt kom je al gauw in categorie 3 terecht met meer dan 20. Waar we daar vooral op stuitten was de Grofplaatrussula, vaak in een (ver)gevorderd stadium waardoor je als het ware een zwarte zonering zag langs de laan, want ze groeien veelal pal langs het pad. Elders was al gebleken dat de verschillende zwamgasten dankzij de vele regen dit jaar uitbundig floreren en dat was hier ook het geval. Typerend voor deze russula’s in verval is dat ze de voedingsbodem vormen voor o.a. de Poederzwamgast (Asterophora lycoperdoides). Die zagen we dan ook volop en een mooie verrassing was, dat toen er nog nadrukkelijk werd gespeurd naar een andere zwameter: de Vertakte collybia (Dendrocollybia racemosum), deze warempel nog werd gevonden ook. Dat was voor ons het toppertje van de dag, want zeldzaam en nietig.
De aanleiding om hier in 2002 meetpunten uit te zetten (toen nog van 1000 m2) was het voorkomen van de in die tijd zeldzame Purpersnedemycena (Mycena pelianthina) en het Gewoon varkensoor (Otidea onotica). De eerste werd bij uitzondering niet gevonden, maar de andere des te meer. Niet in de aantallen van weleer, maar het waren er veel. Dat ’veel’ gold ook voor de Rechte koraalzwam (Ramaria stricta). Nog nooit heb ik daar de aantallen mogen aanschouwen die ik er nu zag. Naast al dit fraais miegelde het aan de laan van de russula’s en melkzwammen.
Er werd gehoopt op een mooie afsluiting van de dag toen we weer waren beland op de Oude Norgerweg, waar immers dé stekellaan ligt. Hier geldt echter dat we het hebben over roem van weleer. Slecht beheer is er debet aan en het weer was dit jaar ook een beperkende factor. Het was immers een zeer droge zomer geweest en stekelzwammen zijn nu eenmaal vroege soorten. Ooit kwamen we er 6 soorten tegen, maar nu stond er niets. Zelfs de anders altijd aanwezige Blauwzwarte stekelzwam (Phellodon niger) ontbrak en we hebben het maar liever niet over een soort als de Fluwelige stekelzwam (Sarcodon lepidus). Maar daar stond vandaag best een en ander aan interessants tegenover.
Het was een leerzame dag, ook voor de excursieleider.
Cees Koelewijn
Geelsnedemycena, foto: Tiny Groustra
Grauwe amaniet, foto: Tiny Groustra
Kussenvormige houtzwam, foto: Tiny Groustra
Rechte koraalzwam, foto: Cees Koelewijn