Lauwersmeer, 12 september

Valse start

Het plan was deze dag in het Lauwersmeer het Marnebos te bezoeken, maar misleidende informatie over militaire oefeningen gooide roet in het eten. De zaak was er hermetisch afgesloten. We dachten uit te kunnen wijken naar het noordelijker gelegen Zuidwalbos, maar ook dat maakt deel uit van het oefenterrein. Dat bleek pas na een stevige wandeling langs een saai pad dat eindigde bij een afgesloten hek. Het leverde onderweg nog wel een enkele verse, mooi gekleurde Groene knolamaniet (Amanita phalloides) op en een paar vezelkoppen.

We hoefden niet helemaal terug naar de parkeerplaats, maar konden via de loopbrug de weg oversteken naar het Lauwersoogbos waar we direct in een soort paddenstoelenwalhalla belandden. Honderden russula’s van verschillende soorten stonden er en het miegelde er van de Fijngegordelde melkzwam (Lactarius zonarius). Een andere melkzwam viel van verre al op vanwege het formaat: het Schaapje (Lactifluus vellereus (KW)) met hoeden van meer dan 35 cm. Deze groeide bij een dikke eik en naast deze groeide er van alles in dit rijkgeschakeerde bosgedeelte: wilg, berken, populier, noem maar op. Het maakte de boel wel onoverzichtelijk, vooral met betrekking tot de diverse russula’s.

Dat gold niet voor de Kruipwilgrussula (Russula persicina) op een aangrenzend open terrein, waar het inderdaad vol stond met Kruipwilg (Salix repens). Hij lijkt wel op de Braakrussula (R. emetica), is minstens zo scherp, maar verschilt ervan door de gelige plaatjes. Terug in het bos waren er dan wel heel veel paddenstoelen, maar wat betreft het aantal soorten hield het niet over. Dat werden er een stuk of vijftig. Op diverse plekken ontwaarden we de Rode boleet (Boletus rubellus), hetgeen past in dit deel van het jaar. Er waren veel vroege, algemene soorten bij, veelal vertegenwoordigers van het geslacht Gymnopus, zoals de Bundelcollybia (G. confluens), Scherpe collybia (G. peronatus) en het Gewoon eikenbladzwammetje (G. dryophilus).

Blij verrast waren we bij het aanschouwen van enkele fraaie vliegenzwammen (Amanita muscaria), want die vertonen zich meestal iets later in het seizoen. Pal naast het Gewoon varkensoor (Otidea onotica (KW)) stond het Donker hazenoor (O. buffonoa) er volop  De vondst van de dag was zonder meer een Paarse pronkridder (Calocybe ionides (BE)). Die was nog nooit eerder in het gebied waargenomen. Leuk om te melden bij Jaap Kloosterhuis van Staatsbosbeheer, bij wie we toch nog moeten zijn voor de ingelaste excursie op 20 november, wanneer er speciale aandacht is voor de naaldbossen in het gebied.

Tijdens de middagpauze werd bij de picknicktafel waar we zaten een mooi trechtertje gevonden, nota bene een satijnzwam. Logisch dat er in eerste instantie werd gedacht aan de Bruine trechtersatijnzwam (Entoloma sericeoides (KW)), geen onbekende in Groningen. Maar het microscopische beeld ervan klopte niet en dus werd er uitgebreider naar gekeken. Roeland Enzlin zette ons op het goede spoor en wist te melden dat het de Geribbelde satijnzwam (E. undatum (KW)) was. De hiervoor genoemde pronkridder vonden we dichtbij een MTB-route, die daar heel slim langs de lawaaiige autoweg is gesitueerd. Geen aantrekkelijke omgeving, kennelijk ook niet voor paddenstoelen, want we vonden er nauwelijks paddenstoelen. Maar er waren meer indicatoren die specifiek met het milieu hadden te maken die daar de ontwikkeling van een interessante mycoflora verhinderen. Wel vonden we er nog drie frisse exemplaren van de Zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica) en, klein maar fijn, een Adonismycena (Mycena adonis (KW)).

 

 

Cees Koelewijn, coördinator

 

Klik op de foto voor een vergroting

Fijngegordelde melkzwam, foto: Tineke Schwab

Schaapje, foto archief: Henk Huijser

Paarse pronkridder, foto Tineke Schwab

Geribbelde satijnzwam, foto: Esther Visser

Donker hazenoor, foto Tineke Schwab

Geribbelde satijnzwam, foto: Cees Koelewijn

Kleine bruine bekerzwam, foto: Cees Koelewijn

Rode boleet, foto: Tineke Schwab

Rozengal, foto: Cees Koelewijn

Diverse russula's, foto: Tineke Schwab