Huis ter Heide, 16 oktober

 

Twee deelnemers meenden kennelijk dat het buurtschap Huis ter Heide onderdeel is van het 3 km noordelijker gelegen Zuidvelde, waardoor we met enige vertraging hét Tonckensbos introkken. Er zijn in deze omgeving meer ’Tonckensbossen’, omdat de familie Tonckens in de wijde omgeving van Norg nogal wat bezittingen heeft en had. Het Tonckensbos bij Huis ter Heide wordt al langere tijd door Natuurmonumenten beheerd.

In 2020 waren we hier voor het laatst en dus werd het hoog tijd hier weer eens rond te neuzen. Het is een gevarieerd en vooral rustig bos waar je maar weinig volk ziet. Van de excursie van zes jaar geleden herinner ik me nog dat we talloze keren de Doolhofzwam (Daedalea quercina) in het vizier hadden. Dan denk je die zeker regelmatig tegen te komen, maar gek genoeg stokte de teller bij slechts één exemplaar. Wat we toen niet zagen was de Grauwe amaniet (Amanita excelsa) die we dit jaar, anders dan in andere jaren, juist wel met enige regelmaat zien (hier besmeurd op de foto). Een vermoedelijke Stekelkopamaniet (Amanita solitaria) was te rot om goed te beoordelen en de kleur (meer rood van de Parelamaniet (A. rubescens)) leidde in het veld tot twijfel. De weinige microscopische kenmerken wezen wel op de stekelkop en dus is het zaak de plek in de toekomst in de gaten te houden.

Soms laat ik ze staan voor wat het waard is, maar vandaag vielen bepaalde vezelkoppen dusdanig op dat het aanleiding was ze nader te onderzoeken. In twee km-hokken vonden we op elkaar gelijkende soorten en thuis bleek dat het in beide gevallen ging om de Sterspoorvezelkop (Inocybe asterophora). Toch een vezelkop die je niet zo vaak ziet. Opmerkelijk is dat Grishja van der Veer ze vorig jaar al in het veld wist te benoemen, maar voor validatie moet de microscoop er wel aan te pas komen. Maar toch heb ik er nu ook wel meer een beeld van. Een andere (wens)soort die ik ook nog eens graag onder de mic zou willen zien is de veel zeldzamere Stekelspoorvezelkop (I. calospora) met, zoals de naam al duidt, nogal extreem stekelige sporen.

Wenssoorten zijn er te over en dan is het mooi dat op een dag als vandaag voor sommigen een wens in vervulling gaat. Dat gold voor de waarneming van een vrij forse groep Oliebolzwammen (Rhizina undulata) in verschillende stadia bij Fijnspar. Direct werd daarbij al geroepen dat de ’koffievuurtjeszwam’ was gevonden. Het is gebleken dat verhitting een gunstig effect heeft op de kieming van sporen en dus zag je ze regelmatig op plekken waar bosarbeiders een fikkie stookten (om koffie te zetten). Nou hebben ze dat niet echt nodig, want je ziet ze ook op andere plekken, maar altijd wel bij naaldbomen waarvan het wortelstelsel wordt geparasiteerd. Maar hij kan ook voorkomen op strooisel van naaldbomen, zoals op de plek waar wij hem troffen. In het Mensingebos troffen we hem vorig jaar, maar op die plek is hij niet teruggezien. En dat geldt ook voor voormalige groeiplekken in Peize en Norg.

Die Oliebolzwam vonden we trouwens iets na de lunch, toen een deel van de groep ons inmiddels had verlaten. Dat zal hen hebben gespeten, maar de jaren gaan tellen! De tijd dat we heel fanatiek tot wel 5 uur doorgingen, soms begon het al te schemeren, ligt al weer een tijd terug. Tegenwoordig wordt het meestal pakweg 3 uur dat we er een eind aan breien. Dat werd het deze dag ook. Maar daarvoor hadden we nog best het een en ander gezien. Zo werd er druk gespeurd naar myxomyceten, want na alle vochtigheid verwacht je die. Toch is de temperatuur ook van belang, het mag best fris zijn en dus is het nog even wachten op betere tijden. Vandaag vonden we (Janny Kramer) slechts twee soorten, waarbij het Dof kalkschaaltje (Diderma donkii) eruit sprong.

 Na de vondst van de oliebollen kwamen we ‘s middag nog een paar vertegenwoordigers van het genus Cortinarius tegen. Het betrof een enkele Kamfergordijnzwam (Cortinarius camphoratus) -toch een mooie vondst- een paar exemplaren van de Fraaie gifgordijnzwam (C. rubellus), die we ’s ochtends ook al hadden gevonden, en opmerkelijk vaak zagen we de fraaie Roodschubbige gordijnzwam (C. bolaris). Uiteraard kon een uit de kluiten gewassen Grote sponszwam (Sparassis crispa) rekenen op uitgebreide aandacht van de fotografen, maar een terloops afgerukte, enigszins misvormde, Gesteelde lakzwam (Ganoderma lucidum) kreeg niet de aandacht die het verdiende. Dat gold wel voor een mooi groepje breeksteeltjes, maar waar was het materiaal. Op zich niet erg, want het is een geslacht waarvan de soorten moeilijk op naam zijn te brengen.

 

Cees Koelewijn, coördinator

Klik op de afb. voor een vergroting

Grauwe amaniet, foto: Wil Folkers

Sporenbeeld van Sterspoorvezelkop, foto: Cees Koelewijn

Oliebolzwam, foto: Cees Koelewijn

Dof kalkschaaltje, foto: Janny Kramer

Roodschubbige gordijnzwam, foto: Jan de Vries

Breeksteeltje spec., foto: Tineke Schwab

Geelbruine plaatjeshoutzwam, foto: Tineke Schwab

Grote sponszwam, foto: Tineke Schwab

Gesteelde lakzwam. foto: Cees Koelewijn

Oliebolzwam, foto: Cees Koelewijn

Levermelkzwam, foto: Wil Folkers

Zwartgroene melkzwam, foto: Wil Folkers

Lunchtijd, foto: Tineke Schwab

In actie, foto: Tineke Schwab