De Kleibosch, 9 okt.

 

Er werd slecht weer voorspeld en vooraf was bovendien gewaarschuwd voor de mindere terreinomstandigheden waardoor de opkomst beperkt bleef tot een elftal. Achteraf viel het allemaal mee en dat was ook een gevolg van het voorstel van excursieleider Roeland Enzlin eerst een bezoek te brengen aan ’de Laan der Lanen’. Het moeilijker begaanbare bos kwam pas later aan bod.

 

We waren nog maar net op pad ernaartoe toen we al werden verrast op een mooi groepje gordijnzwammen. Maar welke? Ter plekke werd wel wat geroepen, maar pas thuis kwam Roeland op het goede spoor en dé kenner (Nico Dam) gaf het beslissende zetje: het was de Berijpte galgordijnzwam (Cortinarius leucoluteolus) die in Naam & faam nog als C. emollitoides door het leven ging. In FAN 8 blijkt dat de nomenclatuur van dit geslacht nogal wat veranderingen kent. Dat gold bijvoorbeeld ook -we waren inmiddels in de laan beland- voor de Purperen gordijnzwam. Die ging eerder als C. purpurascens door het leven, maar wordt nu Purperen eikengordijnzwam genoemd met de fraaie Latijnse naam C. collocandoides. Het is dat je het maar weet. Hiervan vonden we slechts een enkel exemplaar, maar we hebben ook een keer in het weiland naast de laan tientalen prachtig ontwikkelde exemplaren gevonden, waar ze natuurlijk wel waren verbonden met de eiken in de laan.

 

Qua opbrengst viel de laan tegen. Het waren veelal enkele exemplaren van bepaalde soorten, maar daar waren wel bijzondere bij, zoals de Streephoedridderzwam (Tricholoma sejunctum) waarvan we ook maar één vonden. Maar we zijn wel gewend dat deze ’ridder’ hier nauwelijks fructifieert. De zeldzame Goudporieboleet (Hemileccinum impolitus) was met twee exemplaren aanwezig en van de voor ons goed bekende Kleiboschrussula (Russula pseudointegra) waren er ook maar een paar. Het zijn allemaal zeldzame soorten elders in Noord-Nederland die hier voorkomen dankzij de aan de oppervlakte aanwezige potklei. Je ziet ze bovenal in het fluviatiele (rivierklei)district.

 

Op weg naar het bos kwamen we nog iets op hout tegen wat leek op een fors uitgevallen oortje. Voor allen bleek later dat we hadden gekeken naar een nieuwe soort. Eerst werd gedacht aan een Gestreept oorzwammetje (Crepidotus applanatus), maar met een afmeting van, ik schat, 7 cm, was er alle reden voor Roeland er verder naar te kijken. Terecht, want al bleek het ’een oor’ te zijn, maar dan wel van een heel ander geslacht: het was een Kattenoorzwam (Clitopilus passeckerianus. Zeg maar een soortgenoot van de (schelpjes)molenaars en zalmplaten, Het is nog een grote zeldzaamheid, want de kaart van de Verspreidingsatlas toont maar vier stippen. Een foto is er helaas niet van gemaakt. Iets later vonden we trouwens een Vleeskleurige zalmplaat (Clitopilus geminus), maar dat is inmiddels een algemene soort. Sinds 1990 is het aantal atlasblokken waar hij voorkomt vertienvoudigd: van 33 naar 331 nu.

 

Het goede weer (voor liefhebbers van paddenstoelen) van de laatste tijd laat zijn sporen wel na. Vooral door opspattend regenwater zien ze er langs de paden vaak besmeurd uit. De populiermelkzwammen (Lactarius controversus) bijvoorbeeld zagen er niet uit, maar desalniettemin werd ze dat vergeven en werden er foto’s van gemaakt. Dichtbij, en verderop meer, zagen we veel groepjes van het Gestreept nestzwammentje (Cyathus striatus) die in een meer beschermd milieu hun nestje wel schoon hadden gehouden. Wat verder opviel waren de vele beschimmelde schimmels, vooral russula’s.                            In de luwte van het bos werd daar vaker bij stilgestaan. Heel veel halfvergane exx van de Grofplaatrussula (Russula nigricans) en ook van de Fijnplaatrussula (R. densifolia) waren bezet met  talloze exx. van zowel de Poederzwamgast (Asterophora lycoperdoides) en de minder algemene Plaatjeszwamgast (A. parasitica).             

Op meerdere plekken kwamen we één van de mooiste vertegenwoordigers van het genus Cortinarius tegen: De Violette gordijnzwam (Cortinarius violaceus). Vroeger, voor 1990, ging je uit je bol wanneer je er een mocht aanschouwen, maar nu is het een algemene verschijning op het pleistoceen geworden. Met zijn kloeke gestalte en dieppaarse tint is het zonder meer een aanwinst. Vandaag waren ze iets minder goed op kleur als gevolg van de regen. De hoed is ietwat viltig en neemt veel vocht op en dat beïnvloedt de kleur. Alle boeken met als onderwerp Cortinarius beginnen trouwens met het vermelden van deze specifieke soort… een gevolg van zijn schoonheid…

 

Cees Koelewijn, coördinator                                                      

Klik op de foto voor een vergroting

Berijpte galgordijnzwam, foto: Hans Post

Goudporieboleet, foto: Hans Post

Plaatjeszwamgast op Fijnplaatrussula, foto: Hans Post

Poederzwamgast, foto: Tineke Schwab

Violette gordijnzwam, foto: Tineke Schwab

Grijsgroene hertenzwam, foto: Tineke Schwab

Okergele korrelhoed, foto: Tineke Schwab

Rosse populierboleet, foto: Hans Post

Franjeporiezwam, foto: Tineke Schwab

Populiermelkzwam, foto: Tineke Schwab

Sfeerplaatje, foto: Tineke Schwab

Afgeplatte stuifzwam, foto: Hans Post

Bepoederde rupsendoder, foto: Hans Post

Gestreept nestzwammetje, foto: Hans Post

Grootsporige raspzwam, foto: Hans Post

Paarse eikenschorszwam, foto: Hans Post

Kruipdoor sluipdoor, foto: Hans Post

Sfeerplaatje, foto: Hans Post

Gewoon varkensoor, foto: Hans Post

Waaierbuisjeszwam, foto: Hans Post