Het Buinerbosje e.o., 18 september 2026
Er zou naast een bezoek aan het vaste meetpunt van de werkgroep ook nog een bezoek worden gebracht aan ’het stormbos’ in de omgeving, maar daar is het niet van gekomen. De tijd ervoor ontbrak. Het uitkammen van het sparrenbosje, het meetpunt, leverde minder op dan gehoopt. Ondanks dat er hier toch ook heel wat regen was gevallen ontbeerden we ’vaste klanten’ zoals bijvoorbeeld de Slijmige spijkerzwam, Kleine sparrenrussula en de Vierslippige aardster…, om maar wat te noemen.
Sowieso was het er niet dik gezaaid wat betreft het aanbod aan soorten, maar er waren wel een paar opvallende zaken bij. Eén ervan werd gemeld als de Femsjonia pezizaeformis. Dat was zo bepaald door Obsidentify. De officiële naam (NDFF Verspreidingsatlas) is trouwens Ditiola peziziformis en de Nederlandse naam Grote druppelzwam. We waren er content mee en Roelof Enzlin die hem ’s avonds tijdens een determinatie-avond van de KNNV Assen onder ogen kreeg ook. Hem werd nog iets anders voorgeschoteld dat door Obsidentify was herkend als de Bruine schijntrechterzwam (Pseudoclitocybe cyathiformis (BE)), hetgeen door de notulist klakkeloos was overgenomen. Fout, want Roeland meldde: Die Pseudoclitocybe is zeker geen Pseudoclitocybe. Het materiaal blijkt over duidelijke gespen te hebben. P. is gesploos, behalve in de basis van de steel en in het mycelium. Dus… verder determineren. Het is Clitocybe metachroides (Donkere trechterzwam). Een soort met iets geïncrusteerd pigment. Dat kom je in Clitocybe normaliter niet tegen. Overige kenmerken kloppen aardig. Ook het niet-amyloid zijn van de sporen.
Eigenlijk hadden we in het veld (in het sparrenbosje) al kunnen concluderen dat we bij die Pseudoclitocybe op het foute spoor zaten, want de Verspreidingsatlas (Ecologie: organisme) meldt dat de Bruine schijntrechterzwam een soort is die die je op loofhout aantreft, terwijl de Donkere trechterzwam juist naaldhout prefereert. Een oude bekende die deze dag veelvuldig werd gezien was de Geelbruine wolsteelparasolzwam (Lepiota magnispora). Een ander ’parasolletje’, want een stuk kleiner, was de Panterparasolzwam (F. felina). Weer een andere soort was de algemene Stinkparasolzwam (L. cristata) en op de terugweg vonden we langs het schelpenpas naast de heide ook nog de Gladde wolsteelparasolzwam (L. oriadiformis (KW)). In eerdere jaren werd op een brandplek uitgekeken naar typische vertegenwoordigers van zo’n milieu, maar daar werd nooit iets ontdekt. Nu is het verworden tot een verruigde brandnetelplek waar niets viel te ontdekken.
Er was nog tijd over om in het verlengde van het sparrenbosje rond te kijken in een loofbosgedeelte. Daar stonden in het begin vooral veel Amerikaanse eiken en dat is niet het milieu waar je veel kunt verwachten. Maar iets verderop, met andere boomsoorten, werd het een stuk interessanter. Ook stonden er hier en daar dennen en bij één ervan ontwaarden we enkele boleten waarbij van alles werd geroepen, maar uiteindelijk bleken het ’gewoon’ koeienboleten (Suillus bovinus) te zijn. Een zilverige ridderzwam werd thuis nog nader bekeken en vanwege de brede, rondere sporen werd geconcludeerd dat het de Zilvergrijze ridderzwam (Tricholoma scalpturatum) was en niet de Zilveren ridderzwam (T. argyraceum). De hoed van de laatste ziet er ook wat minder sprekend uit en hij komt meer op de kleigronden voor. Maar wellicht is dat ietwat arbitrair.
Het schelpenpad naast de heide leverde naast de al eerdergenoemde parasolzwam aldaar bekende soorten op: jaarlijks vinden we er op een vaste plek bij een berk de Bonte berkenrussula (Russula versicolor (KW)). Tevens vonden we er weer de Dunsteelsatijnzwam (Entoloma hebes) en ook de Zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica) en het Gewoon vuurzwammetje (H. miniata) ontbraken niet.
Cees Koelewijn, coördinator
Blanke wolsteelparasolzwam, foto: Hans Post
Koeienboleet, foto: Cees Koelewijn
Schaft, foto: Wil Folkers
Oranjebruine korrelhoed, foto: Cees Koelewijn
Oranjebruine korrelhoed, foto: Hans Post
Pruimenkettingspoortje, foto: geertje Geertsma
Zwartwordende wasplaat, foto: Wil Folkers
Zwartwordende wasplaat, foto: Geertje Geertsma
Gewoon vuurzwammetje, foto: Wil Folkers
Goudvinkzwam, foto: Geertje Geertsma
Lilabruine schorsmycena, foto: Geertje Geertsma
Parelstuifzwam, foto: Geertje Geertsma