Waarnemingen april

Sperwer

We hebben al een paar keer eerder afbeeldingen van een Sperwer voorbij zien komen, maar deze foto van Immy Boonstra  is toch weer anders. In de afgelopen winterse periode werden ook bij haar de vogels flink bijgevoerd en daarmee lokt ze talloze vogels, bij haar vooral huismussen, maar ook tal van andere soorten. Leuk om naar te kijken. Zo'n voederplek is ook aantrekkelijk als voederplek voor de Sperwer, want daar valt immers voor deze roofvogel wat te halen. Op een dag (eind maart) gebeurde dat weer en werd een Huismus geslagen die ter plekke werd verorberd. Dat bood Immy de gelegenheid er een foto van te maken met haar mobieltje door haar telescoop. Het is een beetje een gedoe, maar het kan wel. Er zijn andere mogelijkheden, met adapters op de camera die je op de telescoop bevestigd, maar uit eigen ervaring weet ik dat dit ook een gedoe is. 

Verweven leven

Na de 'recensie' van de vorige keer over het boek van Merlin Sheldrake: Entenglad Live. How Fungi Make Our Worlds, Change Our Minds, and Shape Our Futures (inderdaad, een mondvol) kwam ik er achter dat nog veel meer mensen het boek al hadden gelezen. Het inspireerde Nicolien Bottema-mac Gillavry tot een kunstzinnige uiting:

"Nu ik zie dat het boek van Sheldrake zo lovend behandeld wordt bij de lenteberichten stuur ik deze tekening ook, omdat die geïnspireerd is door dat boek. Het trefwoord is namelijk 'book'. Op internet zie je Sheldrake staan met zijn boek waaruit aan alle kanten oesterzwammen ontspruiten. Hij bakte de oesterzwammen en at ze op, in feite verorberde hij dus zijn eigen woorden" .

Daarvoor stuurde Nicolien al 'een bijdrage over paddenstoelen':

"Eind vorig jaar en begin dit jaar heb ik elke week een tekening gemaakt voor Inktober52. Dat is een internationale activiteit  bedoeld om mensen aan het tekenen te krijgen. De instigator stuurt vanuit Amerika elke week op donderdag een trefwoord, een 'prompt', waarover de tekening moet gaan. 

Gestimuleerd door onze paddenstoelenexcursies besloot ik de wekelijkse tekeningen over paddenstoelen te maken. Ik heb ze geplaatst op Instagram en Facebook en aan Marian Hulscher en Henny Klein gestuurd, maar zou het ook iets zijn voor de paddenstoelengroep Noordenveld? Ik stuur hier een voorbeeld  met de verklarende tekst'.

‘Inktober52’-week 3-‘Reflection’

Het woord van week 3 is ‘reflection’, te vertalen als bezinning of weerspiegeling. Bezinning wel hoognodig momenteel, maar ik ga voor weerspiegeling. Weerspiegeling is het gevolg van het terugkaatsen van het licht. In water bijvoorbeeld, zoals op een houtsnede van Escher waar je het bos gespiegeld kunt zien in een voetstap op het bospad. Maar er zijn meer dingen die weerkaatsen in de natuur. Zo zijn er de weerschijnvlinders, grote en kleine, waar bij de mannen het licht terug wordt gekaatst van de schubjes op hun vleugels, waardoor hun vleugels van bruin in prachtig ‘iriserend’ blauw kunnen veranderen. De eitjes worden op een Boswilg gelegd, waar de groene rupsjes moeilijk op te vinden zijn. Oudere rupsen kun je herkennen aan de twee uitsteeksels op hun kop, die lijken op tentakels van een slak. Hun ontwikkeling is afgebeeld in de rand van de tekening. De soort is zeldzaam, ik heb er nog nooit een gezien.

Wonderlijk genoeg is er ook een aantal paddenstoelen waarvan de buisjes licht weerkaatsen. Ze worden ‘weerschijnzwam’ genoemd. Je hebt o.a. de Ruige-, Elzen-, Beuken-, Berken- en Dunne- en Dikke weerschijnzwam. Ze worden tegenwoordig ingedeeld in twee verschillende geslachten. Op de tekening staat de Dunne weerschijnzwam (Inonotus cuticularis) naar een foto van Tjerk Busstra. Het licht valt van opzij op de buisjes onder de hoed, die de blauwe lucht weerkaatsen afhankelijk van hoe het licht erop valt. Breek je een stuk van een weerschijnzwam af, houd je het ondersteboven en beweeg je het heen en weer, dan zie je hoe het licht weerkaatst wordt. De vlinder zit op de weerkaatsende buisjes van de Elzenweerschijnzwam (Mensularia radiata) waarvan iemand bij een inventarisatie een stukje had afgebroken. Vaak hangen er druppels aan de rand van deze zwammen en liggen bruine druppels bovenop de hoed. Dat wordt guttatie genoemd. De zwam moet teveel aan vocht kwijt. Die druppels reflecteren ook het licht en zijn dus ook afgebeeld, net als het lieveheersbeestje dat tijdens het tekenen over mijn papier liep.

Nicolien Bottema

Foto's rechts: de Grote weerschijnvlinder: Cees Koelewijn

Geen nieuwe soort, maar wel bijzonder!

Het was geen nieuwe soort die Henk Pras kon toevoegen op zijn inmiddels imposante lijst (287) van waargenomen zwammen in eigen tuin.  Maar het was wel een soort die je niet zomaar verwacht, want op de foto van Henk zie je het Vingerhoedje (Verpa conica (BE)). Hij had hem namelijk al een paar keer eerder aangetroffen in zijn tuin en steeds weer op nieuwe (kalkrijke) plekken. Op de Verspreidingsatlas zie je dat hij vooral wordt gevonden in het duindistrict en langs de rivieren, maar in alle provincies staan er wel stippen. Dat BE is dan eigenlijk ietwat overdreven, want met meer dan 100 atlasblokken is het een vrij algemene soort, die je trouwens wel vrij gemakkelijk over het hoofd ziet. Zie voor meer informatie over deze soort: https://www.verspreidingsatlas.nl/0712010

Bijna dood

Het zijn altijd vervelende gebeurtenissen: vogels die tegen het raam vliegen en daarbij omkomen. Ik heb er trouwens ook een keer lekker van gegeten toen een Houtduif, die achterna werd gezeten door een Havik, probeerde te ontsnappen en zich daarbij tegen het raam dood vloog. De Havik kon een klap ternauwernood voorkomen, maar zag mij staan en ging er zonder buit vandoor. Toen heb ik de duif maar deels geplukt en van de borstfiletjes ontdaan. Ander vlees zit er nauwelijks aan. Immy Boonstra en ik hebben elk zo'n borstlapje gegeten en het was heerlijk! Andere vogelsoorten die waren te betreuren waren o.a. een Sperwer en een Wielewaal. Een Goudhaantje leefde nog, maar was dizzy, en toen ik er een foto van maakte vloog hij toen hij de klik hoorde weg. Een Appelvink vloog niet meer en die heb ik naar de Vogelopvang in Ureterp gebracht. Toen Nienke van der Veen mij belde over een Appelvink die met een enorme herrie (zie de 'metalen' snavel en je weet waarom)  tegen haar raam was gevlogen en uitgeteld in het gras lag wist ze niet wat ermee aan te vangen. Ik stelde voor het beestje te euthanaseren (het zijn hier beslist geen zeldzame vogels), maar toevallig stond ik op het punt om een  corona-prik te halen. Dat was zijn redding, want toen ik terugkwam was er een telefoontje geweest van Nienke om te zeggen dat de vogel toch was weggevlogen op het moment dat ze er een foto van maakte. Die foto wilde ik graag hebben en die zien jullie hiernaast en een begeleidend berichtje van Nienke:

"Voor jullie de beloofde Appelvink die vandaag tegen mijn raam vloog!

Bleef ongeveer een dik half uur in het gras zitten en toen ik er nog een foto

van ging maken vloog ze "gezond" weg!!!!!"

Anemonenbekerzwam

Het is telkens weer een uitdaging om in het vroege voorjaar in De Kleibosch (Foxwolde) op zoek te gaan naar de Anemonenbekerzwam (Dumontinia tuberosa (BE). Dat is beslist geen sinecure en er zijn jaren dat het me niet lukt ze te vinden. Wie de Verspreidingsatlas er op nakijkt (ook voor andere informatie): https://www.verspreidingsatlas.nl/0688160           krijgt allicht het idee dat het een fluitje van een cent is, maar in de praktijk is het anders. Eigenlijk vind ik ze altijd op kale plekjes nabij de Bosanemonen langs het bospaadje en zelden elders in het bos. Ook nu heb ik het bos er vrij nauwkeurig op nageplozen, helaas zonder resultaat. Goedbeschouwd is het dus een zeldzaamheidje in het bos, maar dat geldt ook voor de andere vindplaatsen in en rond Roden. Gek eigenlijk als je in ogenschouw neemt dat het hier wemelt van de Bosanemonen. Dat is dus geen garantie om ze te vinden en zeker niet als het een aaneengesloten tapijt is. Je moet letten op de kale plekjes. De Drentse Ecologische Atlas meldt een keer dat deze bekerzwam is gevonden bij Speenkruid, maar daar kan ik me weinig bij voorstellen. Het is wel bekend dat ze massaal kunnen voorkomen in perken met gecultiveerde anemonen.                                                                        

Grote zilverreiger

Het is hier beslist geen zeldzaamheid meer dat je Grote (en Kleine-) zilverreigers ziet en soms denk je dat het er meer zijn dan onze vertrouwde Blauwe reigers. Er zijn andere tijden geweest! In de Vogelatlas van 1959 zul je tevergeefs naar beide soorten zoeken (het waren dwaalgasten) en pas in de atlas van 1987 werd gewag gemaakt van de Kleine zilverreiger. Daarna is het hard gegaan. In 1966 zag ik samen met een klasgenoot trouwens al een keer een Kleine zilverreiger overvliegen in De Wieden waar we een stageplaats bij Natuurmonumenten hadden. Uiteraard meldden we apetrots deze waarneming, maar kregen te maken met een dusdanig veeleisende Wetenschappelijke Commissie dat we er maar vanaf zagen de melding erkend te krijgen. Grappend zei ik toen nog: "Straks struikel je nog over deze beesten". Toen ik nog een wekelijkse column schreef kreeg ik tamelijk vaak meldingen van witte reigers. Die zouden best zeldzaam zijn was de gedachte en dat moest ik dan ontzenuwen door de werkelijke situatie en aantallen te noemen. Dat pakte ook een keer verkeerd uit toen het een klein, enthousiast jongetje bleek te zijn die me een foto stuurde. Pa kwaad, maar ik kon natuurlijk niet weten of Jan Klaassen 10 of 80 is. De foto is gemaakt door Arjan Boer die deze Grote zilverreiger in het bos tegenkwam. Dat is nou niet direct de plek waar je ze verwacht, want meestal  kom je ze in het open veld tegen. Wat de foto mooi maakt is dat de reiger prachtig afsteekt tegen de donkere achtergrond van het bos.