Haren, kerkhoven + Scharlakenbos, 1 oktober

 

Kerkhoven…, daar zijn we graag, want vaak levert dat mooie lijstjes op. Op de parkeerplaats van Begraafplaats Harenerhof trof ik een negental dat verwachtingsvol  op deze excursie was afgekomen: Ipie, Willie, Angela Wil, Martin, Hans, Harry en Jan Menzinga, die na vele jaren weer eens werd vergezeld door Ugo Siepel uit Veendam. Helaas voor hen werden de hooggespannen verwachtingen niet bewaarheid. Het viel ronduit tegen wat we tegenkwamen en ook het oude kerkhof leverde zo goed als niets op. En dat terwijl we toch redelijk goed paddenstoelenweer achter de rug hebben.

 

Het viel al direct na de start op dat er weinig paddenstoelen stonden, maar na de vondst van enkele Kaneelboleten (Gyroporus castaneus), een fraaie, contrastrijke boleet, was er sprake van enig enthousiasme. Dat werd nog groter na de vondst van een Blanke champignonparasol (Leucoagaricus leucothites). Beide soorten werden daarna nog een paar keer gevonden. Bij één ervan werd ook weer geroepen dat het de Blanke champignonparasol was, maar dat werd ter plekke weerlegd omdat deze geen gladde, blanke hoed had, maar een schubbige hoed. Microscopisch onderzoek wees echter uit dat het toch bijna correct was, zij het dat het hier de variëteit carneifolius betrof. Die staat bekend als de Grijze champignonparasol. Het is een zeldzame soort (GE) die volgens de Verspreidingsatlas in het noorden en oosten van het land nog niet eerder is waargenomen. Echt grijs is hij trouwens niet (what’s in a name), maar door de schubjes op de hoed is er, wanneer je eroverheen kijkt, sprake van een lichtgrijze zweem.

 

Nadat we alle stroken gras tussen de graven hadden gehad, zonder verder iets van belang te vinden, werd de Scharlakenweg overgestoken om het grote, oude kerkhof te bezoeken. Dat werd echter helemaal een flop, want er was zo goed als niets te vinden. Angela ging nog op zoek naar het Papegaaizwammetje (Hygrocybe psittacyna) die daar voorkomt. Ook deze liet het echter afweten. Normaal gesproken hadden we op beide kerkhoven veel meer moeten vinden, dan heb je het over zeker 30 soorten, en wellicht zal dat later in het seizoen nog gebeuren, maar nu hadden we dus vette pech.

 

Na het middagmaal togen we langs de wanden met urnen (en Zomereiken) naar het eind van het kerkhof om het Scharlakenbos in te duiken. In tegenstelling tot wat de kaart aangaf lukte dat echter niet, want een vrij brede sloot verhinderde dat. De kwiekere, atletische deelnemers was het misschien wel gelukt deze horde te nemen (in ons gezelschap slechts een enkeling), maar uiteraard waren we solidair met hen die niet over deze gaven beschikten. En passant kwamen we op de terugweg nog enkele groepjes gordijnzwammen tegen, maar op de Oranje eikengordijnzwam (Cortinarius helvolus) na konden ze niet van een naam worden voorzien. Uiteraard wel bij de Grote parasolzwam (Macrolepiota procera) waarvan een stel nadrukkelijk stond te pronken. Die werden weer uitgebreid gefotografeerd, want wat zijn dat toch mooie paddenstoelen!

 

Via een omtrekkende beweging belandden we uiteindelijk toch in het bos waar we bij de ingang een Berijpte russula (Russula parazurea) vonden. Op zich is dat niet bijzonder, maar wel dat hij groeide bij een Amerikaanse eik. Nauwkeurige inspectie leverde geen andere symbionten op waar hij iets mee zou kunnen hebben. Even later werd een Roestkleurige borstelzwam (Hymenochaete rubiginosa) uitgescholden voor Tabakborstelzwam (Pseudochaete tabacina). In dit milieu groeit deze echter niet, want die komt voor in een vochtig milieu, met wilgen en elzen. Uiteindelijk kwamen we daar toch terecht en dat leverde zowaar nog enkele zompzwammen op. Voordat we daar waren was het vooral veel bramenbos waar weinig viel te beleven. We waren inmiddels bij een ingang van het bos bij het spoor gekomen en vanaf daar konden toch nog heel wat soorten op de lijst worden bijgeschreven. Onverwacht was dat niet, want Angela, die hier haar roots heeft liggen, had dit al aangekondigd. Met name werden de Narcisridderzwam (Tricholoma sulphureum) en de Gewoon varkensoor (Otidea onotica) door haar genoemd en die vonden we inderdaad. Daarnaast nog een trits aan andere soorten waardoor de dagscore in dit kilometerhok toch nog uitkwam op een alleszins redelijk aantal van 120 soorten, maar dat hadden er onder goede omstandigheden wel meer dan 150 kunnen zijn.

 

Cees Koelewijn, coördinator  

 

Voor meerdere foto's klik hier